Foto: Wijndomein Aldeneik/Maaseik - © 2010 John
U bevindt zich hier : Home > Druiven > Algemene informatie
Algemene informatie over de druif
– steeltjes : worden meestal verwijderd om een bittertje te vermijden (gerist)
– zone 1 : het vruchtvlees dat niet rechtstreeks contact heeft met de schil of de pitjes. Dit is kwalitatief het beste en eerste sap bij een persing.
– zone 2 : vruchtvlees dat contact heeft met ofwel de schil, ofwel met de pitjes. De pitjes mogen tijdens het persen niet gekneusd worden. Ze zouden een wrange en bittere bijsmaak afgeven of zelfs een olieachtige substantie. De schil daarentegen heeft enkel een functie bij het maken van rosé en rode wijnen. Bij witte wijnen wordt ze zo snel mogelijk verwijderd.
De wijnstok is lid van een enorme plantenfamilie, waartoe bijvoorbeeld onze wilde wingerd en een decoratieve Japanse sierklimplant. Zijn wetenschappelijke naam is Vitis vinifera en men kent meer dan 5000 variëteiten. De gekweekte wijnstok is een verre afstammeling van de wilde woudplant die in de bomen klimt en ze omstrengelt. De sterk gesnoeide struik die de hedendaagse wijnstok is, vertoont weinig gelijkenis met de wilde plant, maar is wel een genetische erfenis.
Druiven zijn enorm populair. Niet zozeer omwille van hun sappige en zoete smaak maar veeleer omwille van hun geestverruimende potentieel. Geplette druiven vormen namelijk de basis van… wijn. Voor wie het nog niet wist: dat is een sociaal-aanvaarde drug. Wijn bevat tot 13% werkzame stoffen, meer bepaald alcohol die ontstaat door gisting van de van nature uit aanwezige suikers.
Druiven groeien trosgewijs aan druivenstokken. Die groeien bij voorkeur in een subtropisch klimaat. Zonnig en droog, hoewel niet al te droog: een riviertje in de nabijheid is uiterst welkom. Helemaal naar hun zin hebben de druivenstokken het op een kalkrijke, kleiachtige grond met een laag grondwaterpeil. Aan zure, leemachtige bodems gaan ze onherroepelijk kapot. De teelt van druiven is grotendeels afgestemd op wijnproductie. In vergelijking met wijndruiven zijn consumptiedruiven dan ook een marginaal gegeven.
De wijnliefhebber heeft in principe te maken met een 50tal soorten, die wereldwijd worden verbouwd; al dan niet gaat het over éénzelfde druif met diverse (plaatselijke) naamgevingen.
Een in 1965 gepubliceerde studie heeft getracht de wijndruiven op te delen in 4 grote kategoriën :
– de grootste (meeste volume) groep is die van de druiven die hun wijn geen speciaal bouquet of karakter geven. Vooral aangeplant rond de Middellandse zee.
– druiven met een duidelijk bouquet komen meer in koelere en noordelijk gelegen streken voor.
– druiven met een duidelijke geur (muskaat-achtig) die onmiddellijk herkenbaar zijn.
– de vierde kategorie is zuiver Amerikaans : wilde wijnstokken uit Noord-Amerika.
Regelmatig worden nog nieuwe soorten ontwikkeld, al dan niet genetisch gemanipuleerd (denk maar aan de pitloze eetdruif), maar ook door kruising (enten) om te komen tot de perfecte druif die welbepaalde eigenschappen van diverse zuivere rassen in zich heeft. Een bekend instituut op dit vlak is de wijnbouwschool van Klosterneuburg nabij Wenen.
In proefstations kweekt men regelmatig nieuwe varianten ter verbetering van de oude. Vooral ziektebestendige soorten vragen de aandacht. Het doel van kruisingen tussen Amerikaanse en Europese variëteiten had vooral tot doel een plant te ontwikkelen met een ingebouw resistentie tegen de gekende phylloxera (Amerikaans) gekoppeld aan de smaak van de Europese druif.
In de Appelation Controlé-streken worden deze soorten echter geweerd omdat ze niet geënt zijn.
Duitse kwekers werken reeds een eeuw aan de verdere ontwikkeling van de Riesling. Uit deze ontwikkeling kwam bijvoorbeeld de reeds bekende kruising van Müller-Thurgau (geringe oogst-laat rijp) met de Sylvaner (vroeg en overvloedig dragend).


De doorsnede van een (riesling) wijndruif hiernaast leert ons het volgende:
Bron : Wijnhandel Paul Van Dinter